Actueel
Goed zorgvastgoed begint niet bij het gebouw
We bouwen nog te vaak zorggebouwen. Terwijl de grootste opgave misschien wel buiten het gebouw ligt. Onlangs was ik bij woonzorgcentrum ‘t Dijkhuis in Bathmen. Wat mij daar opviel, was niet in de eerste plaats het gebouw, maar de manier waarop het onderdeel is van het dagelijks leven. In al zijn haarvaten draait het om wonen en meedoen. Bewoners leven niet afgescheiden van hun omgeving. Mensen uit het dorp zijn welkom. Zorg is op visite. Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar ik denk dat hier een belangrijke les voor de toekomst van zorgvastgoed in zit. De komende jaren groeit de zorgvraag, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals afneemt. Tegelijk willen mensen langer zelfstandig wonen en onderdeel blijven van hun eigen omgeving. De omslag van zorg naar wonen met zorg wordt daarmee steeds belangrijker.
Dat vraagt om iets anders dan nieuwe zorgcapaciteit. Het vraagt om een andere kijk op de plek waar mensen wonen. Een plek waar voorzieningen dichtbij zijn, waar mensen elkaar spreken en waar ondersteuning onderdeel kan zijn van het dagelijks leven. Een goede leefomgeving kan namelijk bijdragen aan gezondheid, zelfstandigheid en het voorkomen of verminderen van eenzaamheid.
Zorglocatie als onderdeel van de wijk
Vaak wordt bij zorgvastgoed nog vanuit de zorgorganisatie naar binnen gekeken: welke zorg moet worden geleverd en welk gebouw is daarvoor nodig? Die volgorde moeten we, denk ik, omdraaien.
Welke plek willen we maken voor mensen die hier wonen, leven en ouder worden? En hoe kan zorg daar aan bijdragen?
Een zorglocatie hoeft geen afgesloten wereld te zijn waar de wijk ophoudt. Juist een woonzorgcentrum kan onderdeel worden van het dagelijks leven in de buurt. Door woningen, voorzieningen, activiteiten en zorg met elkaar te verbinden, ontstaat een plek waar mensen zich prettiger voelen en dat straalt af op je zorgbehoefte.
Die gedachte stopt niet bij de voordeur. Ook het gebouw moet zich naar de omgeving richten. Een uitnodigende entree, een terras dat zich richt naar de straat en een plek waar bewoners en buurtbewoners elkaar kunnen tegenkomen, maakt verschil. Niet omdat ieder zorggebouw een ontmoetingscentrum moet worden, maar omdat de grens tussen wonen en de wereld eromheen minder hard hoeft te zijn.
In mijn eigen wijk ervaar ik ook het tegenovergestelde. Daar staat een woonzorggebouw dat zich veel meer naar binnen keert. Het terras ligt verscholen achter een muur en de entree maakt weinig verbinding met de omgeving. Terwijl juist met relatief kleine aanpassingen een opener relatie met de buurt mogelijk lijkt.
Dat laat zien dat dit niet alleen een vraagstuk voor nieuwe zorgconcepten is. Ook bestaande zorglocaties kunnen opnieuw kijken naar hun relatie met de omgeving.
De zorgtransitie begint bij de plek
De omslag naar wonen met zorg vraagt dus om een andere manier van kijken naar vastgoed. Niet alleen naar vierkante meters, capaciteit en functionaliteit, maar naar de plek als geheel.
Als zorg dichtbij en opschaalbaar is, hoeft een veranderende zorgvraag niet automatisch te betekenen dat iemand naar een woonzorgcentrum moet verhuizen. Ondersteuning kan zo lang mogelijk thuis worden geboden, de verbinding met de buurt en het dagelijks leven blijft behouden. De locatie, de omgeving en het gebouw vormen samen een instrument om de zorg anders te organiseren.
Dat vraagt van bestuurders een andere eerste vraag. Niet: welk gebouw hebben we nodig? Maar: welke plek willen we maken voor mensen die hier wonen, leven en ouder worden? Goed zorgvastgoed begint daar. Niet bij het gebouw.
Manager strategie & maatschappij en conceptontwikkeling
Contact
Meer weten of samenwerken?
Ben je nieuwsgierig geworden, zie je kansen of heb je een idee dat je verder wilt brengen? Wij luisteren graag, denken mee en staan open voor nieuwe samenwerkingen. Laten we kennismaken en ontdekken wat we voor elkaar kunnen betekenen!
Altijd up-to-date
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd als eerste op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen.
"*" geeft vereiste velden aan